|
I
THUISBLADZIJDE |
|
In de nieuwe wijk Eerschot werd in 1962 Roois vijfde parochie opgericht. Landelijke bekendheid kreeg Sint-Oedenrode in 1966 toen bisschop Bekkers van het bisdom Den Bosch in zijn eigen geboorteplaats begraven werd vlak voor de Sint-Odakapel van prof. Grandpére Moliére uit 1934. Uigave :
VVV Sint-Odenrode
Tekst : Ad Koenen
De oudste
geschriften omtrent Sint-Oednerode hebben echter
betrekking op het leven van de heilige Oda, dat rond
1150 door een Rooise kanunnik in het Latijn te boek
werd gesteld. Rode werd een bekend pelgrimsoord en
vandaar dat men de plaats Sint-Oden-Rode ging
noemen. Vast staat ook, dat er een Graafschap Rode
heeft bestaan. De Burcht der graven van Rode stond
nabij de huidige Kerkstraat. Graaf Arnold van Rode
is de waarschijnlijke stichter van de Odakerk,
waaraan 9 kanunikken verbonden waren : het
Sint-Odakapittel. De parochiekerk stond echter in
het oostelijke deel van de “Vrijheid” te weten in
Eerschot, aan Sint-Martinus toegewijd, waarvan
de”Knoptoren” nog een overblijfsel is.
EEN DORP VOL HISTORIE Tekst : Wim van Rooij Sint-Oedenrode, meestal kortweg Rooi genoemd, vierde in 1982 het feit, dat het 750 jaar geledenwas , dat Hertog Hendrik I van brabant de plaats vrijheids- of stadsrechten verleende (1232). De Rooienaren werden zich ervan bewust, dat hun dorp eigenlijk een stadje was, al had het dan geen muren en grachten. Stedelijke allures heeft het nooit gehad, maar toch Sint-Oedenrode nam in de Meierij een belangrjke plaats in, de eeuwen door. Hoofdplaats van Peelland mocht het zich noemen. Hier resideerde de kwartierschout van Peelland, een der vier kwartieren van de Meierij. Ze bewoonden een der talrijke adellijke huizen, zoals Dommelrode of Henkeshage. Andere slotjes waren Lochtenburg, Vreeburg, Pas Bogaerd, Emmaus en De Laar. Het is voorgekomen, dat de schepenbank van Rode bijna geheel uit edelen bestond.
|