Ga terug naar DE KRONIEK
Kies dan een andere bladzijde

 
  II
  III
  IV
  V
  VI
  VII
  VIII
  IX
  X
  XI
  XII
  XIII
  XIV

  XV
  XVI
X
  XVII
  XVIII
 

HANDLEIDING
DE KRONIEK
GENERATIE I II III
GENERATIE IV
GENERATIE V
GENERATIE VI
GENERATIE VII
GENERATIE VIII
GENERATIE IX
GENERATIE X
GENERATIE XI
GENERATIE XII
DE VERHALEN
VERHALEN
          ST.OEDENRODE
VERHALEN LIEMPDE
DIVERSEN
(INHOUD, NAAM REGISTERS)

FAMILIE IN BEDRIJF
VRIJ TIJD :
THEATER BOEKEN FILM
  
 
WAAR KOMT ONZE NAAM VANDAAN? 

Laten we eenvoudig beginnen en wel met de voorvoegsels. “Van de” en “Van” worden meestal gezien als verwijzing naar een adellijke afkomst, omdat die namen vaak de plaats van herkomst aangegeven, zoals Hertog Jan van Brabant. Maar ook bij de gewone burgers werden de voorvoegsels om dezelfde reden gebruikt en dus mogen we ervan uitgaan dat onze naam een plaatsaanduiding is.
Een blik in de encyclopedie leert ons het volgende: laar, o.(laren), open plaats in een bos.
Is dat nu alles, dacht ik zelf en dus raadpleegde ik enkele andere naslagwerken en boeken over dit onderwerp. Steeds weer komt de omschrijving terug “bosweide of open plek in een bos”. Nu wordt deze omschrijving echter ruimer gezien en ook verder uitgelegd.
Een laar duidde dat deel van het bos aan, dat door de nabije bewoners intensief werd gebruikt om varkens en schapen te hoeden, men haalde er humus, strooisel voor de stal (na gebruik goed als mest) en men sneed er loof, voer voor de winter. Dit intensieve gebruik zorgde natuurlijk voor het wegdringen van het bos, soms werd het zo gebruikte stuk land zelfs heidegrond. Maar de naam laar bleef behouden. Daarom komen we ook zoveel plaatsnamen tegen, die verwijzen naar deze plekken.
Beijers gaat in een artikel nader hierop in en noemt dan ook LAAR/LAREN/-LAER/-LER als afleidingen en geeft een omschrijving van de vele betekenissen die anderen aan dit woord hebben gegeven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierna volgt een overzicht met plaatsnamen en hun eerste schriftelijk vermelding met jaartal. Zo vinden wij bij Liempde o.a. Biggelaar <1379 I hove lants geheiten den bychelaer> en Bordelaar <1393 broek op bordelaer>, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Maar niet iedere laar is een laar, want er zijn bijv. ook boomnamen als hezelaar en hazelaar. 
Het is achteraf gezien onvoorstelbaar, wat men over een simpel, klein woord allemaal kan terugvinden en ik vind dit een mooie afsluiting…….
 

 

 

 

 

Helsen interpreteert het als woeste, onbebouwde gemeenschapsgrond of  heide, waar men de    dieren liet grazen en russen kon steken. Ook verstaat men er een intensief gebruikt stuk bos onder. De Bont prefereert de betekenis van omheind terrein, anderen die van een open plek in het bos waar hout gestapeld en gehaald kon worden, Roelants wijst erop dat er van de 14de tot de 16de eeuw verschillende plaatsnamen op -laar zijn ontstaan. Dittmaier neemt als betekenis ‘omheining’ over, maar voegt eraan toe dat het geen gewone omheining is van bv. een groene haag, maar een van planken en balken, die vooral berekend was op kweekdieren. Smulders vestigt de aandacht op ‘laar’ door diverse voorbeelden te geven van oorspronkelijke laar-namen, die evolu-eerden naar andere schrijfwijzen, bv. Herlaer>Halder, Swelaer>Sweelders, Vellaer >Velder, Hollaer>Holder etc. Hij wijst er op dat toponiemen eindigend op -lder in oorsprong laar-namen geweest kunnen zijn.
Waar Gijzeling spreekt over ‘bosachtig moerassig terrein’ voor dit element, meent Blok een verfijning te moeten aanbrengen  en spreekt van ‘….een deel van een al of niet moerassig bos, dat door mensen speciaal gebruikt werd om te kappen of om vee in te weiden en dat daardoor een open plek in het bos werd’. In deze definitie wordt niet een oorspronkelijke natuurlijke gesteldheid aangegeven, maar juist een oude vorm van menselijke ingreep in de natuur. Als zodanig moet ‘laar’ als veen- en moerasindicator terughoudend worden gebruikt. De Bont veronderstelt dat het kappen van bos voor het aanleggen van akkertjes vanaf de vroege middeleeuwen ge-leidelijk is verlopen. Soms zullen aanwezige open plekken, de ‘laren’ als uitgangspunt hebben gediend. Door het kappen en het plat branden van delen van het bos werd een geschikt gebied langzaam maar zeker van zijn bosbegroeiing beroofd.