|
|
|
|
|
Naar de landbouw
vormde ook de veeteelt een belangrijke bron van inkomsten voor
de Liempdse boeren, maar de veestapel had geen goede naam. De
gemeente maakte hier werk van door de aankoop van goede stieren.
Op 11 november 1819 kregen J. Welvaarts en Antoon van de Laar
van de gemeente de opdracht om op haar kosten een springstier te
gaan kopen op de markt van de stad Gorcum. De stier moest een
jaar oud zijn en vaalbont van kleur,. Als er geen van die kleur
te krijgen was, dan mochten ze ook een zwartbonte kopen, maar
wel een van de beste soort. Zij kregen van de gemeente vijftig
gulden mee voor de aankoop en voor hun verteringen onderweg. De
stier die zij kochten was anderhalf jaar oud en zwartbont van
kleur met witte horens. Deze kostte f. 42,31 en de reis- en
verteerkosten bedroegen f. 19,85. |