|

Musée de Versailles
J A D Ingres
Keizer Napoleon zorgde in 1811 voor de invoering van de
Burgerlijke Stand
OVER
VOORNAMEN EN ACHTERNAMEN..........
In
de vroege Middeleeuwen was het gebruik van één
naam heel gewoon en werd deze soms gevolgd door de naam van de
vader, als men iets duidelijker wilde zijn: Jan of Jan Hendrik(szoon),
Maria of Maria Jansdochter. De kinderen kregen eerst de voornaam
van de ouders, zodat die bleven voortleven in hun kleinkinderen.
Alleen de adel maakte gebruik van een aanvullende geslachtsnaam,
dit was vaak een verwijzing naar de herkomst, zoals Hertog Jan
van Brabant.
Met de toename van de bevolking groeide ook de behoefte om alle
Jantjes en Marietjes beter uit elkaar te kunnen houden en werd
een toevoeging steeds noodzakelijker. Naast de reeds genoemde
patronymica (patroniemen) -verwijzingen naar de vader- waren de
mogelijkheden onbeperkt:
-het beroep van de vader > Jan van de Bakker
-het beroep van de persoon zelf > Jan de Slager
-een bijnaam > Jan de Grote, Jan de Kale of Jan de Korte
-de streek of de plaats waar men woonde of vandaan kwam >
Jan van Oirschot
Deze laatste mogelijkheid kon bij verhuizing wel eens worden
aangepast, bijv. van Jan van Liempt (Liempde) in Jan van Rooij (St.
Oedenrode).
Bij het opschrijven van de namen ging de schrijver vaak uit van
zijn gehoor en ook dat leverde weer nieuwe namen op. Zo werd
Janszoon Jansen of Jans, Laer werd Laar en een iets moeilijker
naam gaf meer mogelijkheden: Cluijtmans werd Kluitmans of zelfs
Kleytmans.
Toen Nederland in 1810 werd veroverd door de troepen van keizer
Napoleon kreeg ook hier de Franse wet van 1803 rechtsgeldigheid.
Deze stond alleen namen toe van bekende personen uit de oude
geschiedenis en namen, die op de heiligenkalender voorkwamen.
Bij het Keizerlijk Decreet van 18 augustus 1811 werden de
ingezetenen van Holland, die nog geen familienaam hadden
aangezegd er een aan te nemen. Een Soeverein Besluit van 1815
liet ook de algemeen gebrui-kelijke en als voornaam al erkende
namen toe. Door het Koninklijk Besluit van 08 november 1825 werd
deze wet opnieuw bekrachtigd.
Alleen via een wettelijke procedure was en is het mogelijk om de
achternaam te wijzigen. Sinds 01 januari 1998 kunnen de ouders
bij de geboorteaangifte van hun kind(eren) kiezen uit de
achter-naam van de vader of de moeder.
De roepnaam is meestal de eerste voornaam of een afleiding
daarvan. Het is ook niet ongebruikelijk om een van de andere
voornamen of een afleiding ervan te gebruiken. Natuurlijk zijn
ook hierop uitzonderingen te bedenken, zoals het combineren van
twee doopnamen of gewoon een ander idee. Zo kreeg mijn broer
Johannes (geboren in 1945) de roepnaam JOHN en niet het algemeen
verwachte Jan; iets dat toen beslist niet kon!
Bij het speuren naar de herkomst van de familie kan het weten
van de achternaam toch nog op onverwachte hindernissen stuiten,
zelfs na de invoering van de Burgelijke Stand........
Zo kwam ik in Liempde bij een "verkeerde" Van de Laar, die mij
eerst niet verder kon helpen. Toen herinnerde ik mij opeens, dat
oom Marinus -die verhuisd was naar Boxtel- Marinus de Malder
werd genoemd: "Ooooh, de Malder, die woont op Kasteren!" Dat
bleek inderdaad de gezochte te zijn. Volgens de overlevering is
die bijnaam waarschijnlijk afkomstig van een stuk land bij het
vroegere buurtschap Berg in Liempde, dat "het Smaalder" werd
genoemd en waar onze familie in de 17e eeuw stukken
land bezat. Soms komt men ook “het maldersnest” tegen, een
variant hierop, omdat malder het Brabantse woord is voor een
merel.
We zijn dus terug in het dorp, waar het allemaal begonnen is. |